Inhoudsopgave
De eerste koude ochtenden van het jaar leveren steevast hetzelfde beeld op: ramen die van binnen beslagen zijn, soms met druppels op de onderdorpel. Veel mensen wijten dat aan het glas.
Meestal terecht, maar niet altijd op de manier die ze denken. Condens vertelt namelijk iets over de temperatuur van uw glasoppervlak, en dat is precies de eigenschap waarin oud en nieuw glas het meest verschillen. In dit artikel leest u wat er gebeurt, hoe u ziet of het aan uw beglazing ligt en wat er wel en niet helpt.
Kijk eerst waar de condens precies zit
Er zijn drie mogelijkheden, en ze betekenen alle drie iets anders:
- Aan de binnenkant, u kunt het wegvegen: uw glas is kouder dan het dauwpunt van de binnenlucht. Meestal een combinatie van koud glas en vocht in huis.
- Tússen de twee ruiten, u kunt er niet bij: de beglazing is lek. Dat is niet te herstellen en betekent vervanging.
- Aan de buitenkant, aan de gevelzijde: geen probleem, juist een teken dat uw glas goed isoleert.
Die laatste verrast mensen vaak. Bij goed isolerend glas gaat er zo weinig warmte naar buiten dat de buitenruit afkoelt tot onder het dauwpunt van de buitenlucht. Het komt vooral voor op ochtenden in het voor- en najaar en trekt weg zodra het buiten warmer wordt.
Wat er bij condens aan de binnenkant precies gebeurt
Warme binnenlucht kan meer vocht vasthouden dan koude lucht. Komt die lucht in aanraking met een koud oppervlak, dan koelt hij af en slaat het vocht neer. De temperatuur waarbij dat gebeurt heet het dauwpunt.
De GGD-richtlijn van het RIVM geeft een concreet voorbeeld: lucht van 21 graden met een relatieve luchtvochtigheid van 60 procent condenseert zodra de temperatuur onder de 13 graden komt. De vraag is dus simpel: is uw glasoppervlak warmer of kouder dan 13 graden?
Hoe koud is uw ruit eigenlijk?
Onderstaande waarden zijn een berekening, geen meting. Uitgangspunt: 20 graden binnen, 0 graden buiten, midden van de ruit, gerekend met de standaard binnenwarmteovergangsweerstand uit NEN-EN ISO 6946. Ze geven de orde van grootte goed weer:
- Enkel glas, U-waarde ongeveer 5,8: oppervlak ongeveer 5 graden.
- Oud dubbel glas, U-waarde ongeveer 3,0: oppervlak ongeveer 12 graden.
- HR++ glas, U-waarde ongeveer 1,2: oppervlak ongeveer 17 graden.
- Tripleglas, U-waarde ongeveer 0,7: oppervlak ongeveer 18 graden.
Leg dat naast het dauwpunt van 13 graden uit het voorbeeld hierboven en het plaatje is duidelijk. Enkel glas beslaat gegarandeerd. Oud dubbel glas zit er vlak omheen en beslaat dus soms wel en soms niet. HR++ glas blijft er ruim boven en beslaat bij normaal gebruik niet.
Kenniscentrum Glas bevestigt dat beeld: condens aan de kamerzijde ontstaat vooral bij een lage buitentemperatuur en een hoge luchtvochtigheid binnen, en het risico is bij isolerend glas met een goede isolatiewaarde kleiner dan bij glas met een slechte isolatiewaarde. Het is geen productfout.
Let op: nieuw glas verplaatst het vocht, het verwijdert het niet
Dit vertellen wij liever vooraf dan achteraf. Uw oude, koude ruit was het koudste oppervlak in de kamer en werkte daarmee als vochtvanger. Alle waterdamp die u produceert met douchen, koken, wassen en ademen sloeg daar neer.
Verdwijnt dat koude oppervlak, dan verdwijnt het vocht niet mee. Het zoekt het volgende koudste punt op: een koudebrug, de hoek van een buitenmuur, de ruimte achter een kast tegen de gevel of de aansluiting van het kozijn. Daar kan het zich juist ophopen, met kans op schimmelvorming.
Milieu Centraal adviseert daarom om bij glasisolatie te zorgen voor goede ventilatie en om ook muur, dak en vloer aan te pakken. Dat is geen verkooppraatje, dat is bouwfysica.
Wat helpt er wel?
- Ventileer 24 uur per dag, ook in de winter. Roosters open, mechanische ventilatie aan.
- Zet tijdens en na het douchen de ventilatie hoog of een raam open. Twintig tot dertig minuten is genoeg; langer maakt de ruimte te koud, waardoor er juist weer condens ontstaat.
- Gebruik de afzuigkap tijdens en tot ongeveer een uur na het koken.
- Hang de was bij voorkeur buiten, of gebruik een droger met afvoer.
- Zet meubels niet strak tegen een koude buitenmuur, zodat de lucht erlangs kan.
Voor de goede orde: er bestaan in Nederland geen officiele gezondheidskundige normen voor luchtvochtigheid in een woning. Wat wel vaststaat is dat schimmels aan een oppervlak ongeveer 80 procent relatieve luchtvochtigheid nodig hebben om te groeien. De bouwregelgeving stuurt daar bij nieuwbouw ook op.
Wanneer het echt aan het glas ligt
Beslaat uw raam elke ochtend, ook als u goed ventileert, dan is het glasoppervlak simpelweg te koud. Dat is geen vochtprobleem meer maar een isolatieprobleem, en dan is vervanging door HR++ of triple glas de oplossing die de oorzaak wegneemt.
Ziet u condens tússen de ruiten zitten, dan is er niets te ventileren. De randafdichting is dan lek en de eenheid moet vervangen worden.
Wat betekent dit voor woningen in Rosmalen, Empel en Nuland?
In Rosmalen, Empel en Nuland staan veel woningen uit de jaren zeventig en tachtig met de eerste generatie dubbel glas. Dat glas zit qua oppervlaktetemperatuur precies in de gevarenzone rond het dauwpunt.
Vandaar dat bewoners van die woningen vaak zeggen dat het probleem er niet altijd is, maar wel bij vorst en bij een volle woonkamer. Bij enkel glas is het constant, bij HR++ glas verdwijnt het en bij oud dubbel glas is het wisselvallig. Dat wisselvallige patroon is op zichzelf al een aanwijzing voor de leeftijd van uw beglazing.
Conclusie
Condens aan de binnenkant is geen defect maar een meting: uw glas is kouder dan het dauwpunt van de lucht in huis. Ventileren pakt de vochtkant aan, isolerend glas pakt de temperatuurkant aan. In de meeste woningen is een combinatie nodig.
Twijfelt u of uw beglazing lek is of gewoon koud? Wij zien dat bij een opname op locatie meteen. Vraag een vrijblijvende offerte aan of neem contact op voor advies.