Inhoudsopgave
U zit in de woonkamer, de thermostaat staat op 21 graden, en toch voelt het koud bij uw voeten. Vooral als u bij het raam zit. De verwarming hoger zetten helpt nauwelijks, en de meeste mensen concluderen dat er ergens een kier zit.
Soms klopt dat. Maar vaak is er iets anders aan de hand, en dat heet koudeval. Het is geen tocht van buiten, maar een luchtstroom die uw eigen kamer maakt. In dit artikel leest u hoe dat werkt, waarom een radiator onder het raam het verschijnsel maskeert in plaats van oplost, en wanneer het echt verdwijnt.
Wat koudeval precies is
Onderzoek dat in opdracht van de Rijksgebouwendienst werd uitgevoerd beschrijft het mechanisme helder. Lucht koelt af aan een koud oppervlak en daalt vervolgens. Op een groot raamvlak treedt daarna een sneeuwbaleffect op: de lucht koelt verder af en valt sneller. De vallende luchtlaag wordt steeds dikker, tot hij bij de vloer aankomt, daar afbuigt en de leefzone instroomt.
Daar zit meteen de verklaring voor het gevoel. Het is koud bij uw enkels, niet bij uw hoofd. En het is erger bij een groot raam dan bij een klein raam, ook als beide even slecht isoleren, omdat de luchtlaag over een grotere hoogte kan aandikken.
Het draait om de temperatuur van uw glas
Hoe kouder het glasoppervlak, hoe sterker de koudeval. Onderstaande waarden zijn een berekening bij 20 graden binnen en 0 graden buiten, in het midden van de ruit, volgens de standaard binnenwarmteovergangsweerstand uit NEN-EN ISO 6946. Indicatief, maar de verhouding klopt:
- Enkel glas: oppervlak ongeveer 5 graden.
- Oud dubbel glas: oppervlak ongeveer 12 graden.
- HR++ glas: oppervlak ongeveer 17 graden.
- Tripleglas: oppervlak ongeveer 18 graden.
Bij enkel glas is het verschil met de kamerlucht dus zo’n 15 graden. Bij HR++ glas nog maar 3 graden. Dat is precies het verschil tussen een merkbare luchtstroom en vrijwel niets.
Waarom de radiator onder het raam het niet oplost
De klassieke oplossing is een radiator onder het raam plaatsen. Die verwarmt de dalende koude luchtlaag opnieuw, zodat u het op vloerniveau niet meer voelt. Dat werkt, in de zin dat het symptoom verdwijnt.
Alleen neemt het de oorzaak niet weg. Het koude glasoppervlak blijft koud en blijft warmte onttrekken aan de ruimte. Onderzoek van de Rijksgebouwendienst is daar niet zachtzinnig over: het compenseren van koudeval door verwarming heeft energievernietiging tot gevolg, omdat er wordt verwarmd op momenten dat daar eigenlijk geen warmtebehoefte is.
U betaalt dus structureel voor het bestrijden van een probleem dat u ook bij de bron kunt oplossen. Vandaar dat wij bij tochtklachten altijd eerst naar het glas kijken en pas daarna naar de verwarming.
Bij welk glas verdwijnt het?
Uit klimaatkameronderzoek met glas van U 1,2 W/m²K, dus regulier HR++ glas, met geïsoleerde kozijnen en goede naad- en kierdichting, bleek dat koudeval bij verdiepingshoge glasvlakken tot drie meter hoogte geen primaire oorzaak van tochtklachten meer is. Zelfs bij een buitentemperatuur van min 12 graden en 22 graden binnen werd alleen op tien centimeter boven de vloer nog iets gemeten.
Anders gezegd: bij HR++ glas is de koudeval technisch nog aanwezig, maar zo zwak dat u hem in de leefzone niet meer voelt. Dat is de reden dat mensen na glasvervanging vaak zeggen dat de kamer “anders aanvoelt” bij een gelijke thermostaatstand.
Koudeval of toch een kier?
Belangrijk om te onderscheiden, want de oplossing verschilt. Een paar aanwijzingen:
- Koudeval: de luchtstroom komt van het raamvlak naar beneden en dan de kamer in. Hij is er ook bij windstil weer, en hij is sterker naarmate het buiten kouder is.
- Kiertocht: de luchtstroom is plaatselijk en gericht, bijvoorbeeld langs de aanslag van een draaiend deel. Hij neemt sterk toe bij wind en verandert met de windrichting.
Uit hetzelfde onderzoek blijkt dat bij goed isolerend glas de klacht verschuift van koudeval naar infiltratie. Zit uw glas al op HR++ niveau en voelt u nog steeds tocht, dan is de afdichting rond het draaiend deel of de kozijnaansluiting de plek om te kijken, niet het glas.
Kozijn en glas tellen samen
Nog iets om rekening mee te houden: de isolatiewaarde van uw raam is niet die van het glas alleen. De combinatie van HR++ glas in een houten kozijn komt volgens de RVO uit rond 1,8 W/m²K, tegen 1,2 voor het glas op zichzelf. De bouwregelgeving hanteert voor de combinatie glas plus kozijn een grens van 2,2 W/m²K.
Bij een oud kozijn met veel profiel kan dat merkbaar schelen. Dat is een van de afwegingen die wij bij een opname meenemen: alleen glas vervangen, of glas en kozijn tegelijk.
Wat betekent dit voor woningen in Berlicum, Den Dungen en Sint-Michielsgestel?
In Berlicum, Den Dungen en Sint-Michielsgestel staan veel woningen uit de jaren zestig en zeventig met forse raampartijen aan de tuinzijde en niet zelden een erker aan de voorkant.
Juist bij die grote, hoge glasvlakken is koudeval het sterkst voelbaar, en juist daar levert vervanging het meeste comfort op. Bewoners merken dat vaak eerder aan het gebruik van de kamer dan aan de energierekening: de zithoek bij het raam wordt weer bruikbaar in de winter.
Conclusie
Koudeval is geen tocht van buiten maar een gevolg van koud glas. Een radiator eronder maskeert het, isolerend glas neemt het weg. Voelt u de kou vooral bij uw voeten en bij windstil weer, dan weet u waar u moet zoeken.
Last van kou bij het raam en wilt u weten of het aan het glas ligt of aan de afdichting? Vraag een vrijblijvende offerte aan of lees meer over verduurzamen met glas.